Gematst door het leven

Posted by in Ontmoeten

De kern van ontmoeten ligt voor mij in opgaan in het moment;  in onvoorwaardelijke verwelkoming van wat zich aandient; in stille verwondering over de voortdurend wisselende omstandigheden; in het vrijelijk loslaten van de controle; in eenwording met wat is. Al deze beschrijvingen geven uitdrukking aan onze ware natuur. We zijn immers niet wie we denken dat we zijn. We zijn datgene wat, terwijl we de wereld om ons heen ervaren, letterlijk voorafgaat aan wat we over die wereld denken. Ja, lees deze laatste zin nog maar eens terug. Ik denk dus ik ben? Welnee, integendeel en andersom! Om te denken, moet je er immers eerst zijn, nietwaar?

Elke beschouwing over wie of wat je bent, denkt, wilt, moet en besluit, bestaat bij de gratie van je aanwezigheid, je tegenwoordigheid, je bewuste zijn. Deze hele subtiele – maar o zo wezenlijke – basisvoorwaarde wordt door ons denken overgeslagen. Het denken kan hier niet bij, kan dit niet be-grijpen. Het denken kan niks met ‘zijn’. Het denken houdt zich per definitie bezig met interpreteren, beoordelen, betwijfelen, benoemen, verbeelden, herinneren, rangschikken, beredeneren, categoriseren, fantaseren, abstraheren, concretiseren, deduceren, induceren, goed- en afkeuren … En intussen zijn we (er) gewoon (al) en kunnen we – als we een beetje opletten – zien dat ons denken een loopje neemt met de werkelijkheid. Of althans, om het iets genuanceerder te verwoorden, ons voorziet van slechts een weergave, een beeld van die werkelijkheid.

Niettemin zijn er betrekkelijk veel mensen die nog niet (zo’n grote) waarde toekennen aan onze verstandelijke vermogens. Deze mensen noemen we kinderen. We kennen allemaal het beeld van het kind dat volledig opgaat in zijn spel. Volwassenen hebben dat veelal verleerd. Waar kinderen vaak ergens in opgaan, gaan volwassenen meestal ergens op in. Wanneer de zintuigen ons prikkels bezorgen, is het verstand er als de kippen bij daar iets van te vinden. Op die momenten kunnen we een in wezen ‘afgeleide’, want ‘bedachte’ werkelijkheid (héél) serieus nemen. Kinderen hebben daar veel minder last van. De na-ijlende werking van het verstand laat zich nog niet zo gelden, met als gevolg dat emoties (bij spel- en andere activiteiten) even snel kunnen gaan als ze gekomen zijn. Inderdaad, “Jantje lacht, Jantje huilt”.

Nu wil het Toeval (Lot, Geluk, Leven, God of wat je maar wil) dat ik als man van meer dan middelbare leeftijd onlangs weer ben bevoorrecht met de geboorte van een zoon. En wat ik natuurlijk wel wist, maar nu weer van nabij mag ervaren is dat het denken in dit prille levensstadium nog totaal (en heerlijk!) afwezig is/lijkt. Er is – neem ik aan – sprake van een basaal zijnsbesef en de zintuiglijke ervaringen doen zich natuurlijk ook gelden, maar het denken houdt zich nog gedeisd, waardoor alles in volle overgave en zonder gêne lijkt te gebeuren: kijken, huilen, poepen, eten, uitingen van ongemak en tevredenheid, onbedaarlijk uitrekken en vaak ook alleen maar een verstilde aanwezigheid die bijna voelbaar lijkt. Voor mij weer het tastbare bewijs van de aantrekkingskracht van (jonge) kinderen en dieren: ze roepen een stille en vertederende herkenning in ons op van onze ware natuur.

Dus als je de behoefte voelt aan ontspanning, speelsheid, verstilling, openheid en overgave, kijk dan weer eens naar of omring je met jonge kinderen. En als je dat doet, kijk dan vooral naar ze en laat je niet meteen leiden door wat ze wel/niet doen (“Dat hoort niet” is de werking van ons verstand.) Kijk naar hun ongedwongenheid, hun ongecompliceerdheid, hun onverschrokkenheid. Maar je kan natuurlijk ook besluiten er (toch) nog een zelf te nemen …

Hoe dan ook, welkom lieve Mats.